IJSLAND MET DE CAMPER. WAAR DE WERELD BEGINT.

IJSLAND MET DE CAMPER. WAAR DE WERELD BEGINT.

Een reis naar de grenzen van de aarde, ondergedompeld in het spektakel van de natuur.

IJsland ontdekken met de camper is een ongelofelijke reiservaring.
Op het eiland is het mysterie van het ontstaan van de wereld voelbaar: vulkaankegels, enorme hard geworden magmastromen, kokende meren, zuivere warmwaterbronnen die overal ontstaan, maken van IJsland het grootste natuurlijke laboratorium in de openlucht. De adem van de Aarde, die hier levend is, beweegt, schokt en zijn levensvocht van gesmolten steen toont, voelt u hier als op geen andere plek ter wereld
.

 

Het IJslandse landschap is gevormd door lava, ijs en water: dat is te zien op elke hoek van de snelweg nr. 1, beter bekend als Ring Road, een smalle strook asfalt die het eiland in een ring van meer dan 1000 kilometer sluit. Wij hebben deze weg met de camper afgelegd: een buitengewone ervaring die een onuitwisbare indruk op de reiziger maakt, een nieuwe dimensie van verkenning.

 

Tussen juni en juli, als het weer wisselvallig is, kan het weer in een paar uur omslaan van zon naar dichte en koude regen. En de uitzichten wisselen elkaar onophoudelijk af met verschillende vergezichten: toendra’s, steppen, bergen, woestijnen met kleine, zachte en geurende steunen overgroeid met mos. Het landschap is adembenemend en met uitzondering van een enkele eenzame boerderij of klein dorp is het bijna onbewoond. Dat kan niet anders, aangezien er slechts 283.000 IJslanders zijn in een gebied van bijna 103.000 vierkante kilometer, ongeveer een derde van Italië.

      

De lagune van Jökulsárlón

           

Als we de Ring Road linksom afleggen, is de eerste bestemming van onze reis de betoverende lagune van Jökulsárlón. Dit stuk is representatief voor de Noordelijke IJszee. Het is precies zoals het grote noorden altijd wordt voorgesteld, met ijsbergen die zich van de gletsjer losmaken– de Breidhamerkurjökull- en die langzaam naar de zee schuiven, voortbewogen door ijskoude wind, met ijsblokken met surreële vormen en met alle kleurschakeringen tussen wit en blauw.  Al vanaf de weg en vanaf het pad langs de lagune is het uitzicht spectaculair. Voor de moedigsten die de kou durven trotseren is er de excursie met speciale amfibische voertuigen die tussen de losgeslagen ijsblokken door varen. Met een beetje geluk is het ook mogelijk om zeehonden te zien die precies daar een kolonie schijnen te hebben.
En wie weet ook wel elven, trollen en geesten die de sagen en legenden van een oude en mysterieuze cultuur bevolken.


Als u met deze schouwspelen wordt geconfronteerd, is het meteen duidelijk dat IJsland niet een land als alle anderen is: het is een metafoor van het leven. De idee dat de mens een zandkorrel is die is overgeleverd aan het lot wordt hier plotseling concreet, bijna aanraakbaar.
Er zijn maar een paar kilometer nodig om het bewijs te vinden: tussen Öræfi en Núpsstadhur doorkruist de Ring Road een vlak woestijnlandschap bestaande uit slibafzettingen, zand en grind geërodeerd door gletsjers die bij een hoge waterstand van de rivieren naar het dal zijn gebracht.
In de herfst van 1996 is hier de hel losgebarsten: een vulkaankrater werd plotseling weer actief onder de oppervlakte van Vatnajökull, een gigantische ijskap zo groot als de Italiaanse regio Umbrië, en deed een deel van één van de landtongen, de Skeidharárjökull, smelten waardoor een verborgen meer ontstond dat twee weken later een overstroming veroorzaakte die de wegen wegvaagde en een brug met een lengte van meer dan 300 meter ruïneerde en de stalen pijlers ervan als luciferhoutjes omboog, gelukkig zonder slachtoffers te maken. De IJslanders lijken zonder problemen met deze radicale onzekerheid te leven, terwijl mensen van elke andere plek voortdurend bezorgd zouden zijn.

      

Van Vik tot Heimaey

           

IJsland is ook een vogelparadijs. Na de winter veranderen de rotsachtige kliffen in drukbevolkte nesten voor honderdduizenden vogels. Om dit te zien gaat u naar Vík í Mýrdal, het grootste dorp van de zuidelijke kust, en rijdt u ongeveer tien kilometer verder tot Dyrhólaey, het eiland van de Poort, zo genoemd vanwege de aanwezigheid van een indrukwekkende stenen boog over het water.
Om dit natuurlijke monument in al zijn schoonheid te bewonderen, moet u naar het strand van Reynisfjara gaan met zwart vulkaanzand, klippen en basaltkolommen die op grote orgelpijpen lijken.

De beste oplossing om vogels te kijken is echter aan boord van één van de amfibische voertuigen die gebruikt worden voor georganiseerde excursies naar de kolonies. Op de richels in de rotswanden nestelen honderden Noordse stormvogels, zeekoeten, alken en drieteenmeeuwen...

Dyrhólaey is een waar sanctuarium voor de birdwatchers, maar dat is nog niets vergeleken bij de Vestmannaeyjar, een handjevol eilanden bij Hvolsvöllur.

De veerboot van Dhorlákshöfn naar Heimaey, het enige bewoonde eiland van de archipel, vaart tussen de gladde rotsen vol zeevogels. Hier zijn de papagaaiduikers de echte publiekstrekkers: elk jaar komen ongeveer acht miljoen exemplaren naar het eiland om zich voort te planten.
Eeuwenlang waren deze vogels een voedingsbron, nu zijn ze beschermd, ook al worden ze nog wel als traditioneel gerecht geserveerd in de plaatselijke restaurants.  Gelukkig zijn er steeds minder gasten die deze grappige clowns van de rotsen als heerlijkheid beschouwen.

Ook Heimaey kent natuurlijk een verhaal van erupties. In 1973 opende zich een spleet in de zone van Kirkjubæir en begon lava te spuwen. Er waren geen slachtoffers, maar de hele bevolking werd geëvacueerd en een deel van de woningen werd bedolven. De meeste lavastromen gingen naar de zee, waar ze hard werden en de kustlijn meer dan 2 vierkante kilometer verplaatsten.

 

Dit wekt uiteraard geen verbazing, IJsland heeft namelijk een record aantal vulkanen: er zijn minstens vijftig kraters actief en de reden hiervan is dat het eiland letterlijk in tweeën is gedeeld door de Mid-Atlantische rug, een tectonische depressie die de Noord-Amerikaanse plaat van de Europese plaat scheidt. Uit deze breuken van de aardkorst, die diep in de zee dalen, stijgt de gesmolten magma naar de oppervlakte: een continue stroom die nieuwe oceaanbodems vormt en de drift van de continenten veroorzaakt.

       

Van Thingvellir tot Reykjavík

         

In het dal van Thingvellir heeft een deel van deze breuk een spleet van 4 kilometer breed, 26 kilometer lang en 40 meter diep veroorzaakt. Vanwege een vreemde speling van het lot is dit ook de belangrijkste historische plek van het land. Hier kwamen vanaf het jaar 930 elke zomer gedurende twee weken de zesendertig IJslandse clans samen die van de Vikingen afstamden, die vanuit Scandinavië, ongeveer duizend jaar daarvoor, het eiland hadden gekoloniseerd. Gedurende de acht daarop volgende eeuwen zetten de stamhoofden in Thingvellir hun tenten op, vochten hun vetes uit en discussieerden ze over de wetten.
Daarom heeft de Unesco in 2004 ter gelegenheid van de 60e verjaardag van de IJslandse onafhankelijkheid deze plek aan de werelderfgoedlijst toegevoegd.

Thingvellir is ook de eerste van de drie bestemmingen van de beroemde Gouden Ring, een route in de route met Geysir en de waterval van Gullfoss:

een afwijking van de route van slechts enkele tientallen kilometers ten opzichte van de Ring Road die de reiziger in het beroemdste toeristische gebied van het hele land brengt. Hier zult u veel meer mensen ontmoeten dan op de rest van de hele reis. Op ongeveer veertig kilometer van Thingvellir bevindt zich Geysir (de plaats heeft de naam aan het verschijnsel gegeven), waar een tiental kokende putten de grootste attractie van het land vormen: het ondergrondse water wordt verwarmd door de rotsen die gloeiend zijn gemaakt door de magma, overschrijdt het kookpunt en bereikt tot 125 graden Celsius en zodra de benodigde druk is bereikt om de weerstand van het oppervlaktewater te overwinnen, explodeert het in een enorme straal die een aantal seconden duurt.
Tegenwoordig is de actiefste geiser in deze zone de Strokkur: er zijn slechts weinig minuten nodig voordat deze geiser, vooraf gegaan door een aanhoudend gepruttel, een kokende kolom van water en stoom in de richting van de hemel spuit die de hoogte van een flat van zes verdiepingen kan overschrijden. Om de tocht van de Gouden Ring te voltooien, moet u op 6 kilometer afstand van Geysir Gullfoss bezoeken die met zijn twee afgronden van 11 en 21 meter één van de mooiste en betoverendste watervallen van het land, zo niet van de wereld is.

 

Inmiddels zijn we dicht bij Reykjavík en een stop in de meest noordelijke stad van de wereld is een verplicht nummer. De stad maakt een bizarre indruk met zijn lage gebouwen afgewisseld met gekleurde huizen. We bewonderen de kathedraal, het Parlement, het huis waar Reagan en Gorbatsjov elkaar in 1986 ontmoetten om over de ontwapening te spreken en het Museum van de Sagen met de diorama’s die de etappes van de kolonisatie van het land door de Vikingen vertolken. Na een wandeling door het centrum zetten we onze reis voort.

 

Onze volgende bestemming is het zuid-westelijke eiland van Reykjanes in de richting van Blue Lagoon, een groen-blauwe warme waterspiegel (vooral bekend vanwege de genezende eigenschappen van huidaandoeningen) die schitterend tussen de zwarte vulkanische rotsen blinkt. De geothermische centrale op de bodem herinnert eraan hoe belangrijk deze bron voor de IJslanders is, die hebben geleerd om de warmte die onder de aardkorst is opgeslagen goed te gebruiken door hem in energie voor verwarming, industrie en landbouw om te zetten. Een verkwikkend en weldadig bad in de thermale baden is dat wat nodig is voordat we aan de volgende etappe beginnen, misschien wel de zwaarste: de fjorden van het westen. Om precies te zijn gaan we naar de kaap die het meest westerse punt van niet alleen IJsland, maar van heel Europa is.

Om deze afgelegen plek te bereiken gaan we de Ring Road weer op en veranderen daarna van richting over tientallen kilometers onverharde weg; om in elk geval een gedeelte van deze rit te vermijden kunt u met de camper op de veerboot van Stykkishólmur naar Brjánslækur gaan en daarna naar Patreksfjördhur rijden en vervolgens de hoofdweg 612 volgen tot de vuurtoren van Bjargtangar.

We bereiken de rots van Látrabjarg, een enorm kunstwerk van de natuur dat een hoogte van 400 meter bereikt en letterlijk overvol vogels is. Hier bevindt zich de grootste alkenkolonie ter wereld en vindt u een grote hoeveelheid papegaaiduikers die zo vol vertrouwen zijn dat ze zich tot op enkele meters laten benaderen. Het is een werkelijk adembenemend schouwspel.

   

De walvissenkust

        

Weer op de Ring Road rijden we naar het oosten tot aan Akureyri, de tweede IJslandse stad wat betreft grootte en inwoneraantal. In deze wateren tussen de Groenlandzee en de Noorse Zee varen in de zomer de boten uit om walvissen te gaan bekijken, nog een specialiteit van de IJslandse reisbureaus. Het assortiment laat niets te wensen over – bultrugwalvissen, gewone vinvissen, dwergvinvisen, potvissen, butskoppen, grienden, orka’s – en de emotie van de nabije aanwezigheid van de reuzen van de zee betaalt de moeite van de excursie duizend maal terug (de waarnemingen kunnen niet worden gegarandeerd, maar de kans op succes schijnt rond de 95 procent te zijn).

Voordat we de ring sluiten en terugkeren op de kade van Seydhisfjördhur, is de laatste bestemming van de reis het meer Myvatn. Hier hebt u meer dan ergens anders de indruk dat de ingewanden van de aarde bijna onbedekt zijn: plassen grijze modder met een doordringende geur, solfatare en kraters zijn zo’n beetje overal. De zone van de Krafla verdient zeker een bezoek. Dit is één van de meest actieve vulkanen van IJsland met zijn surreële landschap dat gevormd is door donkere lavastromen en dampende scheuren. Rook, vuur, water en ijs: de Vikingen dachten dat IJsland de poort naar de hel was.
Maar het is een paradijs, het laatste paradijs van de uiteinden van een Europa dat hoofdzakelijk overeenstemt met het begrip natuur.

    

<asp:ContentPlaceHolder id="PlaceHolderPageTitle" runat="server"/>